Zoeken in deze blog

Posts tonen met het label Staring. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Staring. Alle posts tonen

woensdag 28 mei 2025

Staring

 Toen ik op de lagere school zat stond in ons taalboek een gedicht van Staring.... Het kameleon. 
Wij moesten het uit ons hoofd leren (ik ken het nog steeds) en ik vond het prachtig. 
Daarna kwam ik vaker gedichten van Staring tegen en ik werd fan! 
Zijn puntdichten vind ik echt geweldig, zoals: "De leraar in zijn wijsheid gist, de leerling in zijn waan beslist"  of "De rijpe kennis hoort, de onrijpe neemt het woord". 

Deze vind ik ook erg goed: 

Aangebrand:

 Aagt Morsebel nam kleinen Piet In kost, en als het kind, te middag aangezeten, Haar soms zijn walging merken liet: De vieze bijsmaak van heur knoeisels werd geweten Aan kaarsvet, roet, noch snuif; 't was altoos: ’Lekkertand, Wat zou ‘ het zijn, als aangebrand?’ Nu kwam er eens een schotelvol groen eten Te voorschijn, die Kok Aagt spinazie had geheten: Hiervan kreeg kleine Piet zijn deel op 't bord gesmakt; Hij roert er in: hij vindt twee achterpooten Van d'armen kikvorsch, onder 't warmoes kort gehakt, En legt, met de oogen half gesloten, Zijn eetvork neêr, terwijl hij vraagt: Heeft aangebrand ook voetjes, moeder Aagt?’ En deze: Huiskrakeel:

Piet Fop was met zijn Vrouw aan 't kijven.
Zij smeet hem, naar de aard der wijven,
De sleutels naar de kop!
Piet nam ze lachend op,
En sprak: "mijn Kind, zal IK na deze
De sluiter in dit Dolhuis wezen?"

En waar mijn liefde voor Staring mee begon:

Het kameleon:

Een Vreemdling wandelde aan de kust,
Waar de asch van 't groot Carthago rust:
Daar kwam een Tweede hem te moet,
Als landsman kenlijk, bij zijn groet.
Met zet zich neer, en 't lijdt niet lang,
Of 't reisverhaal is drok te gang:
Elk brengt wilvaardig voor den dag,
Wat raars of schoons hij zwervend zag.
Tot A. begin: "Het koddigst Dier,
Mij ooit bejegent, huisvest hier:
Van maaksel schier een hagedis;
Zijn staart - lang tien duim, naar ik gis;
Zijn tong voor mug en vlieg te gaauw;
En nu de kleur? denk! hemelsblaauw!"
""Blaauw! blaauw!"" smuilt B. "'k herken uw Beest;
Maar, Vriend, dat is nooit blaauw geweest.
Met hiet het een Kameleon.
Ik vond het schuilend voor de zon
In 't lommer van een dadelsbosch;
Daar kroop het, net zo groen als 't mos!""
"Noch boom, noch struik, een mijl in 't rond,
Waar ik het MIJNE kruipen vond:
Ginds; aan dien naakte puinhooptop.
Het volle daglicht scheen er op;
Geen mooglijkheid tot oogbedrog;
En 't Beest was blaauw; dat zeg ik nòg!"
""Groen! groen! geloof mij!"" "'k zeg u blaauw!"
""Groen!"" "Blaauw!" Zoo gaat het; snaauw op snaauw.
Men stampvoet, blikoogt, vloekt en zweert:
De vriendschap was in grim verkeerd!
Als, zie, een Derde Wandlaar kwam,
Die reeds van ver hun twist vernam!
Zijn woord is: "Heeren, kiest in mij
Uw scheidsman! 'k Hoor tot geen partij.
Bij 't lamplicht, ving ik, heden nacht,
Het Dier, dat u aan 't kijven bragt,
En draag 't in dit servet geknoopt,
Naar Tunis, of 't er iemand koopt.
Ik weet naauwkeurig wat ik ving:
Zwart! gitzwart is het leelijk Ding!
Is 't blaauw, of groen, dan sta ik klaar,
En eet het op, met huid en haar!"
Hier slaakt hij 't, en, voor zwart als git,
Vertoont zich 't arme schepsel WIT! -
Géén sprak er, dan 't Kameleon;
Juist van een ras, dat spreken kòn'.
Het sprak: "Goe Luidjes, hoort hoe 't is:
Elk had gelijk, en elk had mis!
De kleur, bij dieren van mijn slag,
Verwisselt zesmaal op een dag.
Doch laat mij nu in vrede gaan!
'k Bied u een raad, als losgeld, aan:
Schijnt andren wat u krom scheen regt,
Heet niemand daadlijk dom of slecht."


Hij heeft nog veel meer geschreven, vaak zit er iets geks in, soms een wijze les.... ik hou ervan!

zondag 30 augustus 2020

Ik hou ervan...

 Nog een paar van Staring, omdat ik het zo leuk vind!

*****

Het hondengevecht

Bereisde Roel zag op zijn tochten
Geweldig veel! Twee Bullebijters vochten,
Voor ’t wijnhuis, in een kleine Poolsche stad,
Terwijl hij juist aan ’t venster zat:
`Zulk vechten, Menschen! – Zij verslonden
Malkander letterlijk! Met iedren hap, ging oor
Of poot er áf – en glad als vet er dóór!
Ons scheiden kwam te laat! wij vonden
Het restjen: – op mijn eer,
De staarten, en niets meer.’

*****

De meester in zijn wijsheid gist, 
de leerling in zijn waan beslist.

*****

Aangebrand

Aagt Morsebel nam kleine Piet
In kost en als het kind te middag aangezeten
haar soms zijn walging merken liet:
De vieze bijsmaak van haar knoeisels werd geweten
aan kaarsvet, roet noch snuif. 't was altoos: "Lekkertand,
wat zou het zijn als aangebrand?"

Nu kwam er eens een schotelvol groen eten
tevoorschijn die kok Aagt spinazie had geheten:
Hiervan kreeg kleine Piet zijn deel op 't bord gesmakt:
Hij roert erin: hij vindt twee achterpoten
van d'arme kikvors, onder 't warmoes kort gehakt,
en legt, met de ogen half gesloten,
Zijn eetvork neer, terwijl hij vraagt:
Heeft aangebrand ook voetjes moeder Aagt?

*****


Geweldig, ik hou ervan!

Nou, nog eentje dan:

*****

Huiskrakeel

Piet Fop was met de vrouw aan 't kijven
Zij smeet hem, naar de aard der wijven,
de sleutels naar de kop!
Piet nam ze lachend op
en sprak: "Mijn kind, zal IK na deze
de sluiter in dit dolhuis wezen?

*****


Quote van de dag:



Maandag 31 augustus:

Nationale mosselweek
Herdenkingsdag voor drugsgerelateerde slachtoffers
Sterfdag Lady Di
Gordelfestival
Geboortedag koningin Wilhelmina (1880)

woensdag 27 februari 2019

19-04--2008

Ik ben niet echt een gedichtenliefhebber, ik ben toch meer van de rijmen  en versjes, hoewel er ook wel gedichten zijn die ik mooi vind en ik vind het ook heel knap, maar een echte liefhebber zou ik mijzelf toch niet willen noemen.
Toch is is één dichter waar ik wel graag dingen van lees!
Dat is de dichter Staring (Anthony Christiaan Winand Staring 1767-1840).
Op de lagere school leerde ik het gedicht "Het Kameleon" van Staring en dat vond ik toen al geweldig! 
Toen ik het er thuis over had, bleek mijn vader ook iets van hem te kennen (het hondengevecht en aangebrand (zie onder)) en dat was voor mij een reden om verder te zoeken. Het kameleon ken ik nog steeds woordelijk!!!!
 
Die man maakte echt leuke dingen, zoals:
 
HET HONDENGEVECHT
 
Bereisde Roel zag op zijn tochten
Geweldig veel ! Twee Bullebijters vochten
Voor 't wijnhuis in een kleine Poolse stad
Terwijl hij juist aan 't venster zat:
"Zulk vechten mensen!--Zij verslonden
Malkander letterlijk1 Met iedre hap, ging oor
Of poot er àf - en glad als vet er dòòr!
Ons scheiden kwam te laat! wij vonden
Het restje: - op mijn eer,
De staarten, en niets meer.'
 
En
 
AANGEBRAND
 
Aagt Morsebel nam kleinen Piet
In kost, en als het Kind, te middag aangezeten,
Haar soms zijn walging merken liet:
De vieze bijsmaak van heur knoeisels werd geweten
Aan kaarsvet, roet, noch snuif; 't was altoos:"Lekkertand,
Wat zou 'het zijn, als aangebrand?"
Nu kwam er eens een schotelvol groen eten
Te voorschijn, die Kok Aagt spinazie had geheten:
Hiervan kreeg kleine Piet zijn deel op 't bord gesmakt;
Hij roert er in: hij vindt twee achterpoten
Van d'armen kikvors, onder 't warmoes kort gehakt,
En legt, met de ogen half gesloten,
Zijn eetvork neêr, terwijl hij vraagt:
"Heeft aangebrand ook voetjes, moeder Aagt?"
 
Ik vind ze prachtig, net als
 
De rijpe kennis hoort, de onrijpe neemt het woord.
 
en
 
De meester in zijn wijsheid gist, de leerling in zijn waan beslist.